ECLI:NL:CRVB:2008:BD2384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening dagloonvaststelling WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig docent, ontving tot 1996 UONW-uitkeringen die bij de invoering van de Wet Privatisering ABP werden omgezet in een WAO-conforme uitkering. Deze uitkering was gebaseerd op een dagloon inclusief een toeslag. Later bleek dat de uitkering onjuist was berekend en werd het bedrag verlaagd. Het UWV stelde het dagloon definitief vast zonder de toeslag mee te rekenen, waarna appellant bezwaar maakte. Dit bezwaar en het daarop volgende beroep werden ongegrond verklaard.
In 2006 trok het UWV de toeslag formeel in en weigerde het verzoek van appellant om de dagloonvaststelling te herzien, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de toeslag geen invloed heeft op de hoogte van de uitkering en dat eerdere uitspraken van de Raad dit bevestigen.
De Centrale Raad van Beroep volgt deze lijn en oordeelt dat de toeslag niet in het dagloon verdisconteerd kan worden vanwege het ontbreken van een wettelijke basis. Het feit dat de toeslag formeel is ingetrokken verandert hier niets aan. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de dagloonvaststelling te herzien wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.