ECLI:NL:CRVB:2008:BD2466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden
Appellant ontving naast een gedeeltelijke WAO-uitkering een WW-uitkering gebaseerd op een gemiddeld aantal arbeidsuren van 28,04 per week. Naar aanleiding van een verdenking dat appellant werkzaamheden als chauffeur verrichtte voor een bedrijf, werd een onderzoek ingesteld. Het rapport Werknemersfraude concludeerde dat appellant gedurende zes dagen per week 24 uur werkzaamheden verrichtte zonder dit op zijn werkbriefjes te melden.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herzag daarop het recht op uitkering met ingang van 27 oktober 2003 en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag van € 8.442,26 terug. Appellant stelde dat het ging om een vriendendienst of hobby en verzocht om overlegging van het strafdossier. De Raad oordeelde dat het rapport en de bijlagen voldoende bewijs boden dat appellant werkzaamheden verrichtte waarvoor redelijkerwijs een beloning kon worden verwacht.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij beoordeling van de aangevallen uitspraak en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond verklaard.