ECLI:NL:CRVB:2008:BD2627

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-2562 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging voortzetting WAO-uitkering zonder aanvullende beperkingen wegens onvoldoende medische onderbouwing

Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen, met name met betrekking tot zitten vanwege lumbago, onvoldoende waren meegenomen bij de vaststelling van haar WAO-uitkering. Tevens voerde zij aan dat de voorgestelde functies haar beperkingen overschreden, ondanks de noodzaak om aan deadlines en planningen te voldoen.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante haar stellingen niet met objectief-medische gegevens had onderbouwd. Daarnaast waren de functies waarop de schatting van de belastbaarheid was gebaseerd, zoals machinaal metaalbewerker, boekhouder/loonadministrateur en elektronicamonteur, passend voor haar.

Daarom werd het besluit van het UWV om de WAO-uitkering ongewijzigd voort te zetten bevestigd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J.W. Schuttel en uitgesproken op 23 mei 2008.

Uitkomst: De voortzetting van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35-45% wordt bevestigd zonder aanvullende beperkingen.

Uitspraak

06/2562 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 13 maart 2006, 05/301 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 23 mei 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. L. de Groot, werkzaam bij ARAG rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2008. Appellante is met kennisgeving niet verschenen en het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door G.M. Folkers.
II OVERWEGINGEN
1. Het inleidende beroep is gericht tegen het besluit van het Uwv van 16 december 2004 waarbij het Uwv - beslissend op bezwaar - de WAO-uitkering van appellante, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, ongewijzigd heeft voortgezet.
2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat er in verband met haar lumbago beperkingen aangenomen dienen te worden met betrekking tot het aspect “zitten”, en voorts dat met de geduide functies de beperkingen worden overschreden. Zij heeft erop gewezen dat zij, ondanks dat een hoge werkdruk of piekbelasting vermeden dient te worden, in nagenoeg alle functies aan deadlines moet voldoen of een planning moet halen. Appellante heeft in dit verband bezwaren geuit tegen de functies inpakker, productiemanager, bellsellmedewerkster, communicatiemedewerkster accountantbureau en apotheekmedewerkster.
4. De Raad overweegt als volgt.
5. Er zijn geen aanknopingspunten om het oordeel van de rechtbank omtrent de voor appellante vastgestelde beperkingen niet te volgen.
Appellante heeft haar stelling in hoger beroep dat er aanvullende beperkingen zouden moeten worden aangenomen ten aanzien van het zitten niet met objectief-medische gegevens onderbouwd.
De grieven van appellante gericht tegen de passendheid van de functies in medisch opzicht slagen reeds niet omdat de functies die in dat verband zijn genoemd alle niet aan de schatting ten grondslag zijn gelegd. Van de functies die wel voor de schatting zijn gebruikt, machinaal metaalbewerker, boekhouder/loonadministrateur en elektronicamonteur, is naar het oordeel van de Raad voldoende toegelicht dat zij passend zijn voor appellante.
6. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
7. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. Deze beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2008.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) M. Lochs.
SSw