ECLI:NL:CRVB:2008:BD2674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid en belastbaarheid
Appellant, die sinds 1999 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt is, ontving een WAO-uitkering die in 2001 werd herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. In 2003 meldde appellant een toename van zijn beperkingen, maar de verzekeringsarts stelde vast dat hiervan geen sprake was.
Het UWV weigerde in 2005 de uitkering te verhogen met ingang van 25 augustus 2004. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen, mede door rugklachten, werden onderschat, maar hij leverde geen objectief-medische gegevens ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanleiding was om aanvullende informatie op te vragen bij de behandelend neuroloog. De Raad bevestigde dat appellant in staat was de werkzaamheden te verrichten die bij de vastgestelde functies hoorden en verklaarde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak stand te houden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.