ECLI:NL:CRVB:2008:BD2677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens niet-beperkte arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 1 januari 1996 in te trekken en de onverschuldigd betaalde uitkeringen terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin het UWV aanvankelijk onvoldoende gemotiveerd had gehandeld, maar stelt dat het UWV met een recent geneeskundig rapport van psychiater Tilanus en de bevestiging door de bezwaarverzekeringsarts Brouns nu wel heeft voldaan aan de eisen van zorgvuldigheid en motivering. Uit deze rapporten blijkt dat appellante op de datum in geschil niet feitelijk beperkt was in het verrichten van arbeid.
Verder is vastgesteld dat appellante na 1 januari 1996 werkzaamheden in haar onderneming heeft verricht en inkomsten heeft genoten zonder dit aan het UWV te melden, wat in strijd is met haar inlichtingenverplichting. De Raad acht het terugvorderingsbesluit daarom rechtens aanvaardbaar en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.