ECLI:NL:CRVB:2008:BD2690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante ontving sinds september 1999 een WAO-uitkering wegens rug- en schouderklachten, aanvankelijk vastgesteld op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering per 7 maart 2005 in, waarna in bezwaar en beroep werd betoogd dat haar medische situatie niet was veranderd en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de medische onderzoeken en arbeidskundige rapportages voldoende basis boden voor de inschatting dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was en dat de aan haar voorgelegde functies binnen haar beperkingen vielen. De Raad concludeert dat appellante geen nieuwe objectieve medische gegevens heeft aangevoerd die haar beperkingen onderschatten of een urenbeperking rechtvaardigen.
Het medisch onderzoek wordt als zorgvuldig beoordeeld, waarbij de bezwaarverzekeringsarts gemotiveerd heeft aangegeven dat niet aan de criteria voor urenbeperking wordt voldaan. De Raad acht het voldoende aannemelijk dat appellante in staat was de voorgestelde werkzaamheden te verrichten.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.