ECLI:NL:CRVB:2008:BD2702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering urenbeperking
Appellante had een WAO-uitkering die door het UWV per 17 augustus 2005 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom geen urenbeperking werd toegepast, ondanks haar klachten en eerdere urenbeperking.
De Raad oordeelde dat het UWV duidelijker had moeten motiveren waarom geen urenbeperking werd aangenomen, maar dat dit gebrek niet ernstig genoeg was om het besluit te vernietigen. Wel was de arbeidskundige onderbouwing in eerste aanleg onvoldoende gemotiveerd, waardoor de aangevallen uitspraak vernietigd werd. De aanvullende rapportages in hoger beroep boden voldoende motivering.
De Raad maakte gebruik van zijn bevoegdheid om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.