ECLI:NL:CRVB:2008:BD2705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medisch onderzoek door verzekeringsarts in opleiding
Appellante, een cateringmedewerkster met nek-, schouder- en hoofdklachten als gevolg van whiplashletsel, kreeg per 28 februari 2001 een WAO-uitkering toegekend van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Op 11 maart 2005 werd zij herbeoordeeld door een verzekeringsarts in opleiding, die beperkingen vaststelde maar vervolgens een verlies aan verdiencapaciteit van 0% berekende. Het Uwv trok daarop de WAO-uitkering per 28 juni 2005 in. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit deels gegrond en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was omdat het was uitgevoerd door een niet-geregistreerde verzekeringsarts, en dat de bezwaarfase dit gebrek niet had hersteld. De Raad oordeelde dat registratie als verzekeringsarts borg staat voor kwaliteit en dat het onderzoek door een verzekeringsarts in opleiding in beginsel onvoldoende is. Omdat de bezwaarverzekeringsarts appellante niet heeft opgeroepen voor een aanvullend medisch onderzoek, ondanks haar wens daartoe, was het bezwaaronderzoek onvoldoende.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bepaalde dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellante, terwijl een vergoeding van medische verklaringkosten werd afgewezen wegens gebrek aan concretisering.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig medisch onderzoek en het Uwv moet een nieuw besluit nemen.