ECLI:NL:CRVB:2008:BD2706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over aansprakelijkheid UWV voor lening door onjuiste WAO-uitkering
Appellant ontving een WAO-uitkering die door het UWV onterecht werd vastgesteld en later gecorrigeerd. Naar aanleiding hiervan sloot appellant een particuliere lening af die hij niet kon aflossen door de correctie van de uitkering. Appellant stelde het UWV aansprakelijk voor de schade van circa €6.500.
Het UWV wees de aansprakelijkheid af omdat het aangaan van de lening een persoonlijke keuze was, los van het besluit over de uitkering. De rechtbank stelde vast dat het UWV onrechtmatig had gehandeld, maar dat geen schade was ontstaan omdat het teveel betaalde bedrag niet werd teruggevorderd. Bovendien ontbrak het causaal verband tussen het onrechtmatige besluit en de lening.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat de gestelde schade niet terug te voeren is op een onrechtmatig besluit van het UWV. Tevens is de bestuursrechter niet bevoegd om over de schade te oordelen; dit behoort tot de burgerlijke rechter. De uitspraak van de rechtbank wordt met verbeterde gronden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV niet aansprakelijk is voor de schade door de lening en wijst het beroep van appellant af.