ECLI:NL:CRVB:2008:BD2835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering beperkingen knielen en hurken
Appellant, voormalig chef werkplaats, kreeg na een ernstig ongeval een WAO-uitkering toegekend van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling in 2005 stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij naar 45-55%, waarbij gebruik werd gemaakt van het aangepaste CBBS-systeem. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn medische toestand niet stationair was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering van de functies die appellant zou kunnen vervullen, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het CBBS-systeem na aanpassing in 2005 rechtens aanvaardbaar is, maar dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat appellant geen beperkingen ondervindt bij knielen en hurken.
De Raad bevestigt dat de FML beperkingen vermeldt die niet adequaat zijn gemotiveerd door het UWV, waardoor het besluit niet deugdelijk is. De vernietiging van het besluit door de rechtbank is terecht, maar het in stand laten van de rechtsgevolgen niet. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van beperkingen bij knielen en hurken.