ECLI:NL:CRVB:2008:BD3335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening rechtens onaantastbaar besluit inzake opzegtermijn WW
Appellant, geboren in 1942 en sinds 1985 werkzaam bij zijn werkgever, die in 2003 failliet werd verklaard, vroeg het UWV om overname van betalingsverplichtingen op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV stelde de opzegtermijn vast op zes weken in een besluit van 23 juni 2003, waartegen geen bezwaar werd gemaakt.
Appellant stelde dat een eerdere uitspraak van de Raad van 27 april 2005 een langere opzegtermijn voor hem impliceerde en verzocht het UWV om herziening van het besluit. Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit bestreden besluit ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat de eerdere uitspraak van de Raad geen nieuw feit of omstandigheid was in de zin van artikel 4:6 Awb Pro en dat het risico van een onjuiste uitleg van een besluit voor rekening van de betrokkene blijft. Het verzoek om terug te komen op het besluit werd daarom terecht afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot terugkomen op het rechtens onaantastbare besluit over de opzegtermijn WW wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.