ECLI:NL:CRVB:2008:BD3382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.G. Treffers
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging tijdelijke aanstelling wegens onvoldoende functioneren tijdens proeftijd
Appellante was vanaf 2 september 2002 in tijdelijke dienst als tramconducteur bij het GVB, aanvankelijk voor een jaar proeftijd, verlengd tot 2 september 2004 vanwege langdurig ziekteverzuim. Na meerdere beoordelingen, waaronder een op 24 mei 2004, bleek dat appellante op vijf van elf beoordelingsaspecten niet voldeed aan de functie-eisen.
Het college besloot daarom haar tijdelijke aanstelling niet te verlengen of om te zetten in een vast dienstverband, wat appellante betwistte door te stellen dat zij voldoende had gewerkt om beoordeeld te worden en dat de beoordeling onzorgvuldig was vanwege een conflict met de beoordelaar. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat appellante geen bezwaar heeft gemaakt tegen de beoordeling zelf, waardoor deze rechtens onaantastbaar is geworden. Bovendien had zij haar bezwaren tegen de beoordeling tijdig moeten indienen, wat zij niet deed. De Raad oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat appellante niet geschikt was voor de functie en dat de beëindiging van haar tijdelijke aanstelling gerechtvaardigd is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de tijdelijke aanstelling wegens onvoldoende functioneren tijdens de proeftijd.