ECLI:NL:CRVB:2008:BD3424

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/1758 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare overschrijding van de termijn

Appellant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch in een zaak betreffende de WAO. De Centrale Raad van Beroep heeft in eerste instantie het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft appellant verzet gedaan tegen deze beslissing.

De Raad heeft beoordeeld of appellant ontvankelijk is in het verzet. Volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen bedraagt de termijn voor het indienen van een verzetschrift zes weken, ingaand de dag na verzending van de uitspraak. De uitspraak is aangetekend verzonden op 10 september 2007, waardoor de termijn eindigde op 22 oktober 2007.

Het verzetschrift van appellant is op 31 oktober 2007 ontvangen en op 30 oktober 2007 ter post bezorgd, waarmee de termijn is overschreden. Appellant heeft geen verschoonbare reden voor de overschrijding aangevoerd. De Raad concludeert daarom dat het verzet niet-ontvankelijk is en wijst het af. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de verzetstermijn.

Uitspraak

07/1758 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 20 februari 2007, 06/2836 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 7 september 2007 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2008 waar beide partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De Raad dient in de eerste plaats te beoordelen of appellant ontvankelijk is in zijn verzet.
Ingevolge de, op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Awb, van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de uitspraak door middel van toezending aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
Een verzetschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een verzetschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend verzetschrift blijft een niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het verzet van appellant overweegt de Raad het volgende.
De uitspraak van de Raad is op 10 september 2007 aangetekend verzonden, zodat de termijn voor het indienen van een verzetschrift in dit geval aanving op 11 september 2007 en eindigde op 22 oktober 2007. Het ongedateerde verzetschrift is op 31 oktober 2007 ter griffie van de Raad ontvangen. Het verzetschrift is volgens de postdatumstempel op de enveloppe op 30 oktober 2007 ter post bezorgd, waarmee de verzetstermijn is overschreden.
De Raad stelt vast dat de uitspraak van 10 september 2007 aangetekend is verzonden aan het juiste adres en dat deze uitspraak niet bij de Raad is retour ontvangen.
Door appellant is, ondanks de uitnodiging daartoe, in verzet niets aangevoerd dat aanleiding zou kunnen vormen de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Gelet op het voorgaande dient het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter, en R.C. Stam en A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.W.A. Schimmel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2008.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M.W.A. Schimmel.
SSw