ECLI:NL:CRVB:2008:BD3429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verrichtte werkzaamheden als inpakker vanaf september 2003, maar viel uit wegens longklachten. Het UWV weigerde per januari 2005 een WAO-uitkering toe te kennen omdat appellant niet als arbeidsongeschikt werd beschouwd volgens artikel 18 lid 2 WAO Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, steunend op de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn belastbaarheid was afgenomen door duizelingen en trillende handen en dat hij de door het UWV voorgestelde functies niet kon verrichten.
De Raad stelde vast dat het UWV zowel de medische als arbeidskundige beoordeling correct had uitgevoerd, inclusief het opstellen van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Appellant bracht geen nieuwe medische stukken in en zijn argumenten boden geen nieuwe inzichten. Daarom kon het hoger beroep niet slagen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een WAO-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.