ECLI:NL:CRVB:2008:BD3478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen na ontslag wegens pensioengerechtigde leeftijd
Appellant, voormalig commandant bij de Koninklijke marechaussee, werd op 1 juni 2002 ontslagen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bij zijn vertrek had hij nog 113 verlofdagen niet opgenomen, waarvan hij voor 54 dagen een vergoeding ontving op grond van artikel 80b van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR). Voor de overige 59 dagen werd geen vergoeding toegekend.
Appellant stelde dat hij door de staatssecretaris onheus was behandeld en niet in de gelegenheid was gesteld zijn verlofdagen op te nemen, mede vanwege een eerdere onterechte ziekmelding en reputatieschade door een onderzoek (Eye Opener). Hij vorderde vergoeding voor de resterende verlofdagen op grond van goed werkgeverschap en redelijkheid en billijkheid.
De Raad oordeelde dat appellant na de terugdraaing van de ziekmelding wel degelijk de mogelijkheid had om verlof op te nemen, maar dit niet heeft gedaan. De eerder toegekende vergoeding van € 6.150,- voor het onstoffelijke leed werd als definitieve afronding van de kwestie gezien. Er waren geen afspraken of toezeggingen die een extra vergoeding rechtvaardigden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad wees ook af om proceskosten toe te kennen op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing werd uitgesproken door voorzitter Wolleswinkel en leden Kooper en Jansen op 29 mei 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vergoeding voor 59 niet opgenomen vakantiedagen bevestigd.