ECLI:NL:CRVB:2008:BD3513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering AAW-uitkering wegens onvoldoende medische motivering
Appellant, die sinds 1970 als zelfstandige werkte en vanaf 1994 psychische klachten had, vroeg in 1997 een AAW-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering met ingang van 14 december 1995 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelde dat appellant niet arbeidsongeschikt was, mede op basis van een advies van psychiater Van Eyk, die zich kon verenigen met een belastbaarheidspatroon van 1997.
In hoger beroep stelde appellant dat het advies van Van Eyk innerlijk tegenstrijdig was, omdat de deskundige enerzijds volledige arbeidsongeschiktheid noemde, maar anderzijds instemde met een belastbaarheidspatroon dat arbeid verrichten mogelijk achtte. De Raad verzocht nadere toelichting, waarna Van Eyk bevestigde dat er geen arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebrek was, maar dat de beperkingen een reactievorm betroffen.
De Raad stelde vast dat de medische onderbouwing van de arbeidsongeschiktheid onvoldoende was, mede omdat de bezwaarverzekeringsarts de omstandigheden van gedetineerden verkeerd had geïnterpreteerd en onvoldoende rekening had gehouden met ernstige psychische diagnoses. Daarom vernietigde de Raad het besluit en de aangevallen uitspraak, en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de AAW-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische motivering.