ECLI:NL:CRVB:2008:BD3540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overgang van onderneming bij WAO-premieheffing ondanks ontbreken afsplitsingsakte
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde dat sprake was van overgang van een onderneming per 1 januari 2003, waardoor een deel van de WAO-uitkeringen op betrokkene kon worden verhaald. De rechtbank had dit oordeel vernietigd wegens onvoldoende onderzoek door appellant.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad vond dat appellant voldoende onderzoek had verricht, onder meer door een verklaring van de overdragende en overnemende partijen en een rapport van een buitendienstinspecteur. Het ontbreken van een afsplitsingsakte was volgens de Raad niet doorslaggevend, verwijzend naar jurisprudentie van het Hof van Justitie EG.
De Raad stelde dat het aan betrokkene was om aannemelijk te maken dat geen sprake was van overgang van onderneming, hetgeen niet was gelukt. Daarom werd het hoger beroep van appellant gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, waarmee het verhaal van WAO-premies op betrokkene standhoudt.