ECLI:NL:CRVB:2008:BD3706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota’s premiebenadeling door niet-verantwoorde werknemers in loonadministratie
Appellante exploiteerde een uitzendbureau en voerde niet alle werknemers correct in haar loonadministratie, wat werd vastgesteld in een onderzoek naar werkgeversfraude. Het UWV stelde daarop premiebenadelingsberekeningen op en legde correctienota’s op voor de jaren 2001 tot en met 2003. Appellante betwistte de hoogte van deze nota’s en voerde aan dat het UWV ten onrechte het anoniementarief toepaste en geen rekening hield met franchisebedragen.
De Raad overwoog dat het vaststaat dat niet alle werknemers verantwoord zijn in de administratie en dat het aan appellante is om met verifieerbare gegevens aan te tonen dat de correctienota’s te hoog zijn. Dit is niet gelukt; de stellingen van appellante waren onvoldoende onderbouwd. Het UWV had een berekening gemaakt op basis van facturen, manurenlijsten en andere gegevens, waarbij ook rekening werd gehouden met werknemers die deels traceerbaar waren.
Gezien de wijze van factureren door appellante, waarbij vaak alleen voornamen werden vermeld zonder sofinummers, draagt zij het risico van te hoge premiecorrecties. Het UWV heeft daarom terecht het anoniementarief gehanteerd en geen franchisebedragen toegepast, omdat de identiteit van sommige werknemers niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de correctienota’s van het UWV worden bevestigd.