ECLI:NL:CRVB:2008:BD3709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering door eigen risicodrager werkgever
Appellante is eigen risicodrager geworden per 1 juli 2004 en betrokkene was werknemer die vanaf 9 maart 2000 wegens ziekte niet meer werkte. Het UWV kende betrokkene een WAO-uitkering toe vanaf 8 maart 2001, die later werd ingetrokken en weer heropend met terugwerkende kracht per 17 oktober 2003. Het UWV rekende de uitkering vanaf 1 juli 2004 toe aan appellante en vorderde €13.371,50 terug.
De rechtbank vernietigde het besluit van 9 oktober 2006 wegens schending van het hoorplichtbeginsel, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het beroep tegen het besluit van 10 januari 2007 werd ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het UWV terecht tot verhaal is overgegaan. Het ontbreken van tijdige informatie over de heropening van de uitkering met terugwerkende kracht vormt geen bijzonder geval dat verhaal uitsluit.
De Raad benadrukt dat de werkgever zich als eigen risicodrager bewust moet zijn van de risico's en dat onbekendheid met regelgeving voor eigen risico komt. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering door het UWV aan de eigen risicodrager werkgever.