ECLI:NL:CRVB:2008:BD3770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-besluiten inzake arbeidsongeschiktheidspercentage en maatmaninkomen
Appellant stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank Zwolle-Lelystad betreffende besluiten van het UWV over zijn WAO-uitkering. De rechtbank had het beroep tegen het besluit van 7 maart 2006 niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, en het beroep tegen het besluit van 8 maart 2006 gegrond verklaard, waarbij het besluit werd vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand bleven.
In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat er sprake was van onzorgvuldige besluitvorming omdat de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige geen kennis hadden genomen van de pleitnota. De Raad stelde vast dat dit niet juist was en dat de bezwaararbeidsdeskundige de pleitnota had meegenomen in haar rapportage. Daarnaast werd betwist of het maatmaninkomen correct was geïndexeerd en of de cao UTA-Bouw als maatstaf kon worden genomen, maar deze gronden werden verworpen omdat appellant geen concrete onjuistheden had aangetoond.
Verder werd aangevoerd dat appellant niet in staat zou zijn om zich volledig in te zetten, maar de bezwaarverzekeringsarts vond geen nieuwe medische feiten die aanleiding gaven tot aanpassing van de belastbaarheid. De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraken bevestigd konden worden en dat er geen gronden waren voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraken en wijst het hoger beroep van appellant af.