ECLI:NL:CRVB:2008:BD3776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAJONG-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid zonder urenbeperking
Appellante, geboren in 1982, vroeg in 2000 een WAJONG-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid met klachten als vermoeidheid en slaapproblemen. Het UWV kende haar een uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 45-55%, met een maximale werkcapaciteit van 20 uur per week. In 2005 trok het UWV de uitkering per 18 maart 2005 in, omdat de arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 25% en een urenbeperking niet langer geïndiceerd was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, stellende dat de beperkingen voldoende waren gemotiveerd en dat zij de voorgelegde functies kon verrichten. In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen, waaronder een afwijkend slaapritme en energetische beperkingen, onderschat waren. Zij overlegde brieven van haar neuroloog ter ondersteuning.
De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met uitgebreide anamnese en betrokkenheid van behandelende artsen. Er was geen objectieve medische grond voor een urenbeperking, ondanks de slaapproblemen. De bezwaararbeidsdeskundige onderbouwde dat appellante geschikt was voor vier voltijdse functies binnen haar belastbaarheid. De Raad vernietigde het eerdere vonnis, verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAJONG-uitkering blijft in stand met vergoeding van proceskosten.