ECLI:NL:CRVB:2008:BD3778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing eerstejaarsherbeoordeling WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante, die haar werk als schoolassistente wegens gezondheidsklachten had gestaakt, kreeg een WAO-uitkering toegekend op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) uit oktober 2003. Na een eerstejaarsherbeoordeling in 2004 handhaafde het UWV het besluit om de uitkering voort te zetten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar medische beperkingen waren toegenomen en dat de verzekeringsarts verouderde gegevens gebruikte. De Raad oordeelde echter dat de verzekeringsarts haar beoordeling baseerde op actueel eigen onderzoek en recente medische informatie, en dat de verwijzing naar de FML uit 2003 niet betekende dat verouderde gegevens werden gebruikt.
Daarnaast faalde appellantes stelling dat haar beperkingen werden onderschat, omdat zij dit niet met medische stukken onderbouwde. De verklaring van haar huisarts ondersteunde deze stelling niet. De Raad zag geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het oordeel van de verzekeringsarts of aan de geschiktheid van de door het UWV voorgestelde functies.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank Middelburg en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om de WAO-uitkering ongewijzigd voort te zetten.