Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2008:BD3851

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/5891 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig indienen hoger beroep in socialezekerheidszaak

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle, maar het hoger beroepschrift werd niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na bekendmaking van de uitspraak ingediend. De Raad heeft het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing is verzet ingesteld door de gemachtigde van appellant.

Tijdens de zitting op 9 april 2008, waar partijen niet verschenen, heeft de Raad het verzet inhoudelijk beoordeeld. De Raad concludeerde dat de aangevoerde omstandigheden in het verzetschrift geen aanleiding geven tot een ander oordeel dan de eerdere niet-ontvankelijkverklaring. Het beroepschrift was niet tijdig ter post bezorgd, en er waren geen omstandigheden die het verzuim rechtvaardigen.

Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond en zag geen reden voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Hoogeveen, in aanwezigheid van griffier P. Boer, op 21 mei 2008.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

07/5891 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 19 april 2007, 06/2235 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 27 februari 2008 heeft de Raad het namens appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft Y. Oosterhoff namens appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2008. Partijen zijn niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 27 februari 2008 berust hierop, dat het hoger beroepschrift niet binnen de termijn van zes weken na de bekendmaking van de uitspraak van de rechtbank is ingediend en dat niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kon worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest.
De vraag is aan de orde of het hoger beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad is van oordeel dat de door gemachtigde van appellant aangevoerde omstandigheden in het verzetschrift geen aanknopingspunten bevatten voor een ander oordeel dan waartoe hij bij zijn uitspraak van 27 februari 2008 is gekomen.
Uit hetgeen in verzet is aangevoerd kan de Raad niet anders afleiden dan dat de gemachtigde van appellant het beroepschrift niet tijdig ter post heeft bezorgd.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2008.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) P. Boer.
BvW