ECLI:NL:CRVB:2008:BD3854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen zonder schending vertrouwensbeginsel
Appellant kreeg een korting van 20% op zijn WW-uitkering voor een periode van 16 weken omdat hij onvoldoende had geprobeerd passende arbeid te verkrijgen in de periode van 10 april tot en met 7 mei 2006. Het UWV had het bezwaar van appellant tegen deze korting ongegrond verklaard, waarbij werd benadrukt dat de re-integratiecoaches geen toezegging hadden gedaan dat appellant niet meer hoefde te solliciteren.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen de korting ongegrond en oordeelde dat appellant niet aan zijn sollicitatieplicht had voldaan. Het vertrouwensbeginsel werd door de rechtbank verworpen omdat geen uitdrukkelijke en ongeclausuleerde toezegging was gedaan door het UWV.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde vast dat appellant geen in rechte te honoreren verwachting had gekregen dat hij niet hoefde te solliciteren. Ook de gesprekken met de re-integratiecoaches wekten deze verwachting niet, mede omdat appellant na deze gesprekken nog steeds solliciteerde. De Raad wees tevens een verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen wordt bevestigd zonder schending van het vertrouwensbeginsel.