ECLI:NL:CRVB:2008:BD3949

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-4241 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73 AwbArt. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit UWV intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering en toekenning wettelijke rente

Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend op een mate van 80 tot 100%, met ingang van 13 januari 2005 in te trekken. De rechtbank Assen verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep heeft het UWV ter zitting aangegeven het bestreden besluit niet langer te onderschrijven en dit besluit in te trekken.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak niet langer rechtens juist zijn en vernietigt deze. Tevens wordt het UWV verplicht een nieuw besluit te nemen waarin de arbeidsongeschiktheid van appellante ongewijzigd wordt vastgesteld. Verder wordt appellante de wettelijke rente toegekend over de na te betalen uitkering conform vaste rechtspraak.

Tot slot veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante in zowel beroep als hoger beroep en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Deze uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldigheid bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid en de gevolgen van intrekking van besluiten.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, het UWV moet een nieuw besluit nemen en wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

06/4241 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 6 juni 2006, 05/1079 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 28 mei 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.D. Kramer, werkzaam bij ARAG - Nederland te Leusden, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een groot aantal nadere stukken ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2008. Appellante is met voorafgaande berichtgeving niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. T.M. Snippe.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij het bestreden besluit van 23 augustus 2005 heeft het Uwv in bezwaar gehandhaafd zijn besluit van 12 november 2004, strekkende tot intrekking met ingang van 13 januari 2005 van de naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% berekende uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
2. Bij de door appellante in hoger beroep aangevochten uitspraak van de rechtbank is het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
3. Namens het Uwv is ter zitting aangegeven dat het in het bestreden besluit vervatte standpunt niet langer wordt onderschreven en dat het bestreden besluit daarom wordt ingetrokken. Het Uwv stelt zich namelijk nader op het standpunt dat, op zorgvuldigheidsgronden, de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per de datum in geding ongewijzigd op 80 tot 100% dient te worden bepaald.
4. De Raad overweegt dat in verband hiermee het bestreden besluit niet langer rechtens juist is te achten, in verband waarmee dat besluit, evenals de aangevallen uitspraak waarbij dat besluit in stand is gelaten, dient te worden vernietigd.
4.1. Naar aanleiding van het namens appellante gedane verzoek om met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) over te gaan tot vergoeding van wettelijke rente, overweegt de Raad dat volgens vaste rechtspraak van de Raad een dergelijk verzoek moet worden toegewezen als het bestreden besluit door het Uwv is ingetrokken. Wat betreft de wijze waarop de aan appellante toekomende wettelijke rente over de na te betalen uitkering dient te worden berekend, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN: ZB1495.
5. De Raad acht voorts termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en eveneens op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;
Bepaalt dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak van de Raad;
Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van schade als hiervoor is aangegeven;
Veroordeelt de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot
€ 644,- te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van € 145,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. Deze beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2008.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) M. Lochs.
TM