ECLI:NL:CRVB:2008:BD4132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot restitutie sociale verzekeringspremies wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig werknemer van een Engelse werkgever en woonachtig in Nederland, verzocht het UWV om restitutie van sociale verzekeringspremies over de periode 1974-2000. Dit verzoek werd in 2003 afgewezen en later door de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep bevestigd vanwege het ontbreken van nieuwe feiten.
In 2006 diende appellant een nieuw verzoek in, dat door het UWV als een verzoek tot herziening van het eerdere besluit werd aangemerkt en eveneens werd afgewezen op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd.
De Raad oordeelde dat de inwerkingtreding van de Wet financiering sociale verzekeringen geen nieuw feit is dat een herziening rechtvaardigt. Het verzoek van appellant was feitelijk een herhaling van het eerdere verzoek en kon daarom terecht worden afgewezen.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot restitutie van sociale verzekeringspremies werd afgewezen vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.