ECLI:NL:CRVB:2008:BD4159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag voor in Syrië verblijvende kinderen door toepassing Wet beperking export uitkeringen
Appellant, houder van de Nederlandse nationaliteit en ontvanger van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, vroeg kinderbijslag aan voor zijn kinderen die sinds september 2002 in Syrië verblijven. De Sociale verzekeringsbank (Svb) beëindigde het recht op kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 2002 wegens het ontbreken van informatie en de toepassing van de Wet beperking export uitkeringen (BEU).
De rechtbank Utrecht vernietigde het bestreden besluit wegens onbevoegdheid van de beslisser, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de kinderen geen ingezetene van Nederland waren. Appellant stelde in hoger beroep dat de overgangsbepalingen van artikel 7b AKW niet in acht waren genomen en dat zijn kinderen een persoonlijke band met Nederland hadden.
De Raad oordeelt dat het besluit van de Svb bevoegd en zorgvuldig is genomen. De overgangsregeling was niet meer van toepassing op de relevante peildata. De kinderen verbleven van 2002 tot 2005 in Syrië en hadden geen duurzame persoonlijke band met Nederland. De zomervakantieverblijven waren onvoldoende onderbouwd. Derhalve bestaat geen recht op kinderbijslag volgens artikel 7b AKW en de BEU. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard, waardoor het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt bevestigd.