ECLI:NL:CRVB:2008:BD4196

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6731 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
  • S. Sweep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en veroordeling UWV tot rente- en proceskostenvergoeding

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch inzake een WAO-zaak. Het UWV nam op 15 januari 2008 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot schadevergoeding en proceskosten.

De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan inderdaad geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen en oordeelde dat het UWV op verzoek van appellante bij afzonderlijke uitspraak veroordeeld kon worden tot vergoeding van de schade en proceskosten conform de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet.

De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, verwijzend naar eerdere jurisprudentie voor de berekeningswijze. Tevens werden de proceskosten van € 322,- toegekend voor de verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Het griffierecht in hoger beroep dient appellante rechtstreeks bij het UWV te verhalen.

De uitspraak werd gedaan door J.W. Schuttel, in aanwezigheid van griffier S. Sweep, op 13 juni 2008.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan bezwaar.

Uitspraak

06/6731 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 16 oktober 2006, 05/1660 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 13 juni 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.H.G. van der Leest, werkzaam bij Stichting Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 15 januari 2008 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 25 februari 2008 heeft mr. Van der Leest, voornoemd, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de schade alsmede te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft bericht geen inhoudelijk verweer te zullen voeren.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat met de nieuwe beslissing op bezwaar van 15 januari 2008 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van
1 november 1995, gepubliceerd in JB 1995, 314.
Voorts ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De proceskosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand alsmede het betaalde griffierecht in de procedure in beroep dienen reeds op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van renteschade als hiervoor is aangegeven;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 322,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van
S. Sweep als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2008.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) S. Sweep.
CVG