ECLI:NL:CRVB:2008:BD4286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering passende functie chauffeur
Appellante ontvangt sinds 1997 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid na een polsfractuur en dystrofie-achtige klachten. Het UWV heeft haar uitkering meerdere malen herzien, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verlaagd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het laatste besluit ongegrond, omdat het medisch aspect niet meer ter discussie stond en slechts de arbeidskundige onderbouwing werd beoordeeld.
In hoger beroep stelt appellante dat de functie van chauffeur bijzonder vervoer niet passend is, omdat zij al jaren niet meer rijdt en pijnstillers gebruikt die haar rijvaardigheid beïnvloeden. Zij verwijst naar een arbeidsdeskundig rapport en noemt ook angst voor het verkeer. Het UWV heeft ter zitting een aanvullende motivering gegeven dat actuele rijervaring niet vereist is voor deze functie.
De Raad oordeelt dat het UWV het besluit pas in hoger beroep voldoende heeft gemotiveerd en dat de functie van chauffeur bijzonder vervoer als passend mag worden beschouwd. De angst van appellante is onvoldoende onderbouwd met medische verklaringen. De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de Awb, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.