ECLI:NL:CRVB:2008:BD4393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van gedeeltelijke WAO-uitkering ondanks subjectieve klachten appellant
Appellant is sinds augustus 1997 arbeidsongeschikt wegens rug- en knieklachten en heeft meerdere besluiten van het UWV over zijn WAO-uitkering aangevochten. Na diverse procedures heeft de rechtbank Rotterdam het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij appellant per 10 augustus 1998 werd toegerekend een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%.
In hoger beroep stelt appellant dat de medische onderzoeken onvoldoende waren en dat hij niet zonder urenbeperking kan werken. De Raad overweegt dat het hoger beroep zich beperkt tot de medische grondslag van de schatting en dat appellant zijn klachten niet met concrete medische gegevens heeft onderbouwd.
De Raad concludeert dat de subjectieve klachten niet voldoende zijn om de conclusies van de verzekeringsartsen te verwerpen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het besluit van 28 juli 2006, dat op dezelfde medische grondslag rust, blijft in stand. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.