ECLI:NL:CRVB:2008:BD4507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering ondanks betwisting mededeling reïntegratiebureau
Appellante ontving vanaf 7 juni 1999 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Vanaf 1 november 2004 trad zij in dienst bij een eetcafé, wat leidde tot een verlaging van haar uitkering op grond van artikel 44 WAO Pro. Het Uwv vorderde onverschuldigd betaalde bedragen over de periode van 1 november 2004 tot en met 30 september 2005 terug.
Appellante voerde aan dat een medewerker van het door het Uwv ingeschakelde reïntegratiebureau haar had verzekerd dat haar inkomsten uit arbeid niet zouden leiden tot verlaging van haar uitkering, waardoor zij erop mocht vertrouwen dat geen verrekening zou plaatsvinden. De Raad oordeelde echter dat deze verklaring niet als een ondubbelzinnige, schriftelijke toezegging van het Uwv kon worden beschouwd en dat het reïntegratiebureau geen onderdeel is van het Uwv.
De Raad stelde vast dat appellante wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat inkomsten uit arbeid invloed hebben op de hoogte van de WAO-uitkering. Daarom is toepassing van artikel 44 WAO Pro met terugwerkende kracht gerechtvaardigd. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.