ECLI:NL:CRVB:2008:BD4512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische grondslag en mate van arbeidsongeschiktheid in WAO-uitkering
Appellante is sinds 1997 arbeidsongeschikt wegens diverse lichamelijke en psychische klachten. Haar WAO-uitkering werd aanvankelijk toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maar later ingetrokken en heropend met lagere percentages. De rechtbank verklaarde haar beroepen tegen besluiten over haar arbeidsongeschiktheid ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische onderbouwing voldoende was.
In hoger beroep betoogde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en niet alle klachten in aanmerking waren genomen, waardoor zij meer beperkt zou zijn dan vastgesteld. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de aanvullende medische stukken geen nieuwe relevante gegevens bevatten die tot een andere beoordeling zouden leiden.
De Raad bevestigde dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de aan appellante voorgehouden functies medisch verantwoord zijn. Er was geen aanleiding voor nieuw onderzoek of aanpassing van de uitkering. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en de hoger beroepen afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraken en wijst de hoger beroepen van appellante af.