ECLI:NL:CRVB:2008:BD4551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht Wajong-uitkering bij late aanvraag wegens onbekendheid regelgeving
Appellante vroeg op 1 juli 2005 een Wajong-uitkering aan met als eerste dag van arbeidsongeschiktheid 1986. Het UWV kende haar per 1 juli 2004 een uitkering toe, omdat volgens de wet de uitkering niet eerder dan een jaar voor de aanvraag kan ingaan, tenzij sprake is van een bijzonder geval. De rechtbank Arnhem oordeelde dat geen bijzonder geval aanwezig was en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar late aanvraag te wijten was aan onbekendheid met haar arbeidsongeschiktheid door de aard van haar psychische ziekte. Zij overhandigde een schrijven van haar psychotherapeut en psychiater ter ondersteuning. De Raad overwoog dat appellante al vroegtijdig had moeten beseffen dat haar psychische klachten ernstig waren en invloed hadden op haar functioneren en arbeidsgeschiktheid.
De Raad vond geen medische gegevens die aannemelijk maakten dat appellante niet in staat was eerder een aanvraag te doen. Haar studie psychologie en eerdere aanvragen voor andere voorzieningen wezen op voldoende ziektebesef en handelingsbekwaamheid. Onbekendheid met de regelgeving is geen geldige reden voor een latere aanvraag. Ook het verzoek om uitstel of aanhouding van de zitting werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, dat de Wajong-uitkering niet met terugwerkende kracht langer dan een jaar voor de aanvraag kan ingaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Wajong-uitkering niet met terugwerkende kracht langer dan een jaar voor de aanvraagdatum kan worden toegekend.