ECLI:NL:CRVB:2008:BD4723

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-4932 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak AOW

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 23 juni 2006, waarin zijn beroepstermijn was overschreden en zijn verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Het verzoek om herziening is onderzocht tijdens een zitting op 21 mei 2008, waarbij verzoeker niet is verschenen.

De Raad bevestigde de eerdere beoordeling dat verzoeker niet tijdig heeft gehandeld en dat er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening kunnen rechtvaardigen, zoals vereist op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet. De door verzoeker aangevoerde omstandigheden, zoals het ontvangen van salaris in Nederland en het doorgeven van gegevens van zijn voormalige werkgever, kwalificeren niet als nieuwe feiten.

Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Tevens is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 juni 2008.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

06/4932 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juni 2006 (05/6383 AOW),
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 18 juni 2008
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 23 juni 2006 (05/6383 AOW).
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2008. Verzoeker is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G. van der Schuur.
II. OVERWEGINGEN
Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt verzocht, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 augustus 2005 (04/933) bevestigd. De Raad heeft daarbij overwogen dat hij met de rechtbank van oordeel is dat verzoeker de beroepstermijn heeft overschreden. De Raad heeft verder aangegeven dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest, zodat niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege had dienen te blijven.
Aan zijn verzoek om herziening heeft verzoeker ten gronde gelegd dat hij salaris in Nederland heeft ontvangen en dat hij de naam en het adres van zijn vroegere werkgever heeft doorgegeven, maar zonder resultaat.
Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN: AN7982 is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.
Hetgeen door verzoeker naar voren is gebracht kan niet worden aangemerkt als een nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb.
Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2008.
(get.) H.J. Simon.
(get.) M. Pijper.
OA
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par H.J. Simon en présence de M. Pijper en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 18 juin 2008.