ECLI:NL:CRVB:2008:BD4815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing over kinderbijslag en doorzending bezwaarschrift als beroepschrift
Appellant verzocht in april 1999 kinderbijslag met terugwerkende kracht vanaf 1989 voor vijf kinderen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende terugwerkende kracht slechts toe voor maximaal één jaar en verklaarde bezwaar aanvankelijk ongegrond. Na intrekking wegens motiveringsgebrek volgde een nieuwe beslissing waarbij kinderbijslag deels werd toegekend voor bepaalde kwartalen en kinderen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissingen en stelde in hoger beroep dat het bezwaarschrift door de Svb als beroepschrift naar de rechtbank had moeten worden doorgezonden. De Raad oordeelt dat de besluitvorming van de Svb gesplitst was en dat het bezwaarschrift mede gericht was tegen besluiten waartegen beroep mogelijk was.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, en beveelt dat de Svb het bezwaarschrift alsnog aan de rechtbank zendt ter behandeling als beroepschrift. Tevens veroordeelt de Raad de Svb tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak worden vernietigd en de Svb wordt verplicht het bezwaarschrift alsnog als beroepschrift door te zenden.