ECLI:NL:CRVB:2008:BD4918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor WAO-functies
Appellante, die uitviel wegens diverse klachten, werd op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en een arbeidsdeskundig rapport geschikt bevonden voor meerdere functies met minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Na het vervullen van de wachttijd werd haar WAO-uitkering geweigerd. Later werd ook een Ziektewetuitkering geweigerd omdat zij volgens medische beoordelingen geschikt bleef voor de eerder vastgestelde functies.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar gezondheid was verslechterd en dat de functies niet passend waren vanwege opleidingsniveau en taalbeheersing. Medische verklaringen en rapporten van bezwaarverzekeringsartsen ondersteunden dit niet. De Raad oordeelde dat de passendheid van de WAO-functies niet ter discussie staat in een ZW-procedure en dat de medische informatie onvoldoende aanleiding gaf om het eerdere oordeel te wijzigen.
De Raad concludeerde dat appellante niet ongeschikt was voor de functies en dat de weigering van de Ziektewetuitkering terecht was. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd, zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellante geschikt is voor ten minste één van de WAO-functies.