ECLI:NL:CRVB:2008:BD5246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ANW-uitkering wegens ontbreken Turkse verzekering op overlijdensdatum
Appellante stelde beroep in tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) toe te kennen. Zij voerde aan dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden in 2002 nog verzekerd was krachtens de Turkse wetgeving, waardoor op grond van het Verdrag tussen Nederland en Turkije recht zou bestaan op een Nederlandse ANW-uitkering.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat de fictieve verzekering onder het Verdrag alleen geldt indien op het moment van de verzekerde gebeurtenis daadwerkelijk een lopende verzekering onder de Turkse wetgeving bestond. Uit het aanvraagformulier en verklaringen blijkt dat de echtgenoot sinds 1 april 1978 niet meer verzekerd was in Turkije, ondanks een kortdurende werkzaamheid tussen 1997 en 1999.
Omdat appellante geen aanvullende bewijsstukken heeft overgelegd die aantonen dat haar echtgenoot in januari 2002 verzekerd was, oordeelt de Raad dat de Svb terecht heeft besloten de ANW-uitkering te weigeren. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de ANW-uitkering bevestigd.