ECLI:NL:CRVB:2008:BD5271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onzorgvuldige voorbereiding
Appellant, een productiemedewerker, meldde zich ziek wegens rugklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant bij aanvang van zijn dienstverband al volledig arbeidsongeschikt zou zijn geweest. In bezwaar en beroep werd aangevoerd dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was vastgesteld en dat de medische onderbouwing onvoldoende was.
De Raad oordeelde dat de beschikbare verzekeringsgeneeskundige gegevens onvoldoende duidelijkheid boden over de verwerking van een nieuwe hernia in de FML en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de psychische klachten van appellant. Hierdoor was het besluit onzorgvuldig voorbereid en ontbrak een deugdelijke motivering.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij ook rekening moet worden gehouden met aanvullende medische informatie uit 2007. Verder werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering, met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.