ECLI:NL:CRVB:2008:BD5294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische ongeschiktheid
Appellante, werkzaam als medewerkster tuinbouw, meldde zich ziek met psychische en rugpijnklachten. Na onderzoek door verzekeringsartsen en psychiater in opleiding werd geconcludeerd dat zij niet langer ongeschikt was voor haar werk. Het UWV weigerde daarom haar Ziektewetuitkering.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar lichamelijke en psychische beperkingen waren onderschat, ondersteund door medische informatie van haar huisarts en psycholoog. De bezwaarverzekeringsarts handhaafde echter zijn standpunt na dossieronderzoek.
De Raad overwoog dat ongeschiktheid objectief moet worden vastgesteld en dat de medische informatie onvoldoende nieuwe of doorslaggevende elementen bevatte om het eerdere oordeel te wijzigen. Ook werd gewezen op het verschil tussen criteria voor huishoudelijke verzorging en arbeidsgeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de Ziektewetuitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens onvoldoende objectieve medische ongeschiktheid.