ECLI:NL:CRVB:2008:BD5326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens onjuiste woonsituatiegegevens
Appellant heeft op 9 mei 2006 een bijstandsuitkering aangevraagd bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Het College wees de aanvraag op 31 mei 2006 af vanwege onjuiste informatie over de woonsituatie van appellant. Een huisbezoek op dat adres leverde een verklaring op van de hoofdbewoner, de heer M., die stelde dat appellant weliswaar ingeschreven stond op dat adres, maar er feitelijk niet verbleef.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat hij wel degelijk op het adres verbleef en dat de verklaring van de heer M. onder druk was afgelegd. De Raad overwoog echter dat de verklaring van de heer M. betrouwbaar was, mede omdat deze was voorgelezen voordat hij tekende en er geen aanwijzingen waren dat de verklaring onjuist was. Ook het latere huisbezoek bevestigde de bevindingen.
De Raad concludeerde dat appellant niet de juiste en volledige informatie had verstrekt over zijn feitelijke woonsituatie, hetgeen essentieel is voor het vaststellen van het recht op bijstand. Daarom kon het College het recht op bijstand niet vaststellen en was de afwijzing terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsuitkering bevestigd wegens onjuiste woonsituatiegegevens.