ECLI:NL:CRVB:2008:BD5338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en weigering huisbezoek
Appellant ontving bijstand sinds 2000 en kreeg deze opgeschort en uiteindelijk ingetrokken door het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam vanwege een onduidelijke woonsituatie en het weigeren van een huisbezoek ter verificatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij voldoende informatie had verstrekt en dat het niet redelijk was om binnen één uur aanwezig te zijn voor een huisbezoek. Tevens voerde hij aan dat het aan het College was om aan te tonen dat hij op een ander adres woonde.
De Raad oordeelde dat op basis van concrete feiten, zoals huisbezoeken bij een derde persoon waar appellant persoonlijke bezittingen had, en het feit dat de energievoorziening op het opgegeven adres was afgesloten, er gerede twijfel bestond over de juistheid van de opgegeven woon- en leefsituatie. Appellant had zijn medewerking aan het noodzakelijke huisbezoek geweigerd zonder geldige reden, waardoor het College terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsverplichting.