ECLI:NL:CRVB:2008:BD5464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit betaling WAO-uitkering bij overgang bedrijfsactiviteiten en ondernemingsrisico
In deze zaak staat centraal of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) terecht heeft besloten de betaling van de WAO-uitkering van een werkneemster per 1 juli 2004 voor rekening van appellante te laten komen. De zaak betreft de overgang van bedrijfsactiviteiten en het ondernemingsrisico van een vennootschap onder firma naar appellante.
De Raad stelt vast dat alle lopende activiteiten inclusief het personeel van [naam bedrijf A] medio 2003 zijn overgegaan naar de vennootschap onder firma [naam bedrijf B], die samen met appellante was opgericht. Bij de transformatie van appellante begin 2004 tot een besloten vennootschap, bleef de handelsnaam [naam bedrijf B] gehandhaafd en vond een naadloze voortzetting plaats van de situatie waarin appellante met het overgekomen personeel het eerdere vervoersaanbod bleef verzorgen.
De Raad oordeelt dat het ondernemingsrisico reeds was overgegaan, zoals blijkt uit het besluit inzake de gedifferentieerde premie WAO van 15 december 2003. De korte herstart van de oorspronkelijke onderneming met slechts enkele medewerkers kan niet zwaar wegen. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat sprake was van een tijdelijke overgang van activiteiten en personeel. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de betaling van de WAO-uitkering terecht voor rekening van appellante is gelaten.