ECLI:NL:CRVB:2008:BD5528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WAO-dagloon en juiste indeling in CAO-functiegroep bij tuinbouwmedewerker
Appellant, een tuinbouwmedewerker, maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn WAO-dagloon door het UWV, stellende dat hij recht had op een hoger loon dan het CAO-loon en dat hij in een hogere salarisklasse (D) ingedeeld had moeten worden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De Raad stelde vast dat onvoldoende gegevens beschikbaar waren om het dagloon op basis van werkelijk genoten loon vast te stellen. Het UWV had daarom terecht het dagloon berekend op basis van het CAO-loon. De Raad oordeelde dat appellant terecht was ingedeeld in salarisklasse C, aangezien de functiebeschrijving en werkzaamheden niet rechtvaardigden tot indeling in salarisklasse D.
De Raad vernietigde het besluit van 10 maart 2006, stelde het vervolgdagloon vast op €63,37 per 4 juli 2001, en veroordeelde het UWV in de proceskosten. Tevens werd bepaald dat het UWV het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het vervolgdagloon WAO is vastgesteld op €63,37 per 4 juli 2001, gebaseerd op CAO-salaris salarisklasse C, vijfde functiejaar.