ECLI:NL:CRVB:2008:BD5663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Betrokkene, laatstelijk werkzaam als applicatiebeheerder, kreeg een WAO-uitkering toegekend na het staken van werkzaamheden wegens spanningsklachten. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 45 tot 55% en wees bezwaar af. De rechtbank vernietigde het arbeidskundige deel van het besluit, maar handhaafde het overige.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat de medische beoordeling zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij rekening is gehouden met fibromyalgie, een afhankelijke persoonlijkheid en andere aandoeningen. De arbeidskundige beoordeling wordt echter niet als zelfstandig besluitdeel beschouwd, waardoor gedeeltelijke vernietiging niet mogelijk is.
De Raad oordeelt dat de aanpassingen in het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) voldoende zijn en dat het UWV de vrijheid heeft om bepaalde signaleringen zonder nadere motivering te wijzigen. De bezwaararbeidsdeskundige motiveerde de beperkingen passend bij betrokkene.
De Raad vernietigt het gehele bestreden besluit, behoudt de rechtsgevolgen en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt geheel vernietigd met behoud van rechtsgevolgen en toekenning van proceskosten aan betrokkene.