ECLI:NL:CRVB:2008:BD5703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedeeltelijke WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering passendheid functies
Appellante, werkzaam als bijstandsconsulente, viel op 21 oktober 2003 uit wegens diverse gezondheidsklachten waaronder het syndroom van Sjögren en MCTD. Het UWV kende haar een gedeeltelijke WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%, een besluit dat door appellante werd bestreden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep voerde appellante aan dat de Functionele Mogelijkheden Lijst onvoldoende rekening hield met haar beperkingen en dat zij niet in staat was om de geselecteerde functies te vervullen. Zij verzocht ook om inschakeling van een deskundige.
De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de klachten adequaat waren meegewogen. De inschakeling van een deskundige werd afgewezen. Wel oordeelde de Raad dat de arbeidskundige onderbouwing van de passendheid van de geselecteerde functies pas in hoger beroep voldoende was toegelicht. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand conform artikel 8:72 Awb Pro.
Tot slot veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht aan haar werd vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de passendheid van de geselecteerde functies, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.