ECLI:NL:CRVB:2008:BD5707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante ontvangt sinds 1998 een WAO-uitkering wegens psychische klachten en verslechterde gezondheid na een auto-ongeval in 2003. Na een herbeoordeling in 2004 concludeerde een verzekeringsarts dat haar depressie in remissie was en dat zij met bepaalde psychische en lichamelijke beperkingen nog in staat was om te werken. Op basis hiervan trok het UWV haar uitkering per 5 juni 2005 in.
In de bezwaarprocedure werd een expertise uitgevoerd door een psycholoog, en het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het rapport van de psycholoog buiten beschouwing werd gelaten. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen werden onderschat en dat het besluit onzorgvuldig was genomen, mede vanwege onduidelijkheden rond het rapport van de psycholoog.
De Raad oordeelde dat de drie geselecteerde functies geen relevante belasting op concentratie en geheugen kennen en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld, mede op basis van medische informatie van behandelaars. De Raad vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen, ook niet vanwege het feit dat de expertise door een psycholoog en niet een psychiater was uitgevoerd. De Raad bevestigde dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond had verklaard en dat er geen sprake was van een relevant verlies aan verdiencapaciteit per 5 juni 2005.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 5 juni 2005 wordt bevestigd omdat appellante nog in staat is drie functies te verrichten.