ECLI:NL:CRVB:2008:BD5741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding bovenregionaal vervoer wegens ontbreken uitzonderingssituatie en sociaal isolement
Appellante, met mobiliteitsbeperkingen, verhuisde naar de gemeente Beesel en vroeg om een vergoeding voor bovenregionaal vervoer. Het College kende haar een vergoeding toe voor vervoer binnen de regio, maar weigerde vergoeding voor bovenregionaal vervoer. Appellante voerde aan dat haar familie verspreid woont en dat zij vanwege ziekte van haar kinderen en eigen mobiliteitsproblemen bovenregionaal vervoer nodig heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende medische onderbouwing leverde dat haar familieleden niet in staat zijn haar te bezoeken en dat er geen sprake is van een uitzonderingssituatie zoals bedoeld in de Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente Beesel 2004.
De Raad benadrukte dat vervoersvoorzieningen binnen de Wvg gericht zijn op vervoer binnen de directe woon- en leefomgeving, tenzij sprake is van een uitzonderingssituatie waarbij bovenregionale contacten noodzakelijk zijn om vereenzaming te voorkomen. Appellante kon ook gebruik maken van Valys voor bovenregionaal vervoer. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het besluit van het College.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding voor bovenregionaal vervoer wordt geweigerd.