ECLI:NL:CRVB:2008:BD6148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens psychiatrische beperkingen onvoldoende gemotiveerd
Betrokkene, laatst werkzaam als huishoudelijk medewerkster, kampte met een bipolaire stoornis en ontving een WAO-uitkering die in 2003 werd verhoogd naar 80-100% arbeidsongeschiktheid. Diverse medische rapportages, waaronder van psychiater Masthoff, beschreven haar kwetsbaarheid en de noodzaak van een stressarme omgeving. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, maar concludeerde dat betrokkene in staat was tot enige arbeid.
De bezwaarverzekeringsarts handhaafde deze beoordeling, ondanks het betoog van Masthoff dat betrokkene niet in staat was tot structurele arbeid zonder risico op decompensatie. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. De erfgenamen zetten het hoger beroep voort en stelden dat betrokkene volledig arbeidsongeschikt was.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had onderzocht of betrokkene haar leven kon structureren bij hervatting van arbeid en dat de beperkingen niet zorgvuldig medisch waren onderzocht noch deugdelijk waren gemotiveerd. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan de erfgenamen vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.