ECLI:NL:CRVB:2008:BD6167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage betreffende de herziening van een WW-uitkering en de weigering van een WAO-uitkering door het UWV. Het UWV gaf bij brief aan dat er geen terug te vorderen bedragen meer waren met betrekking tot appellant, maar stelde dat zij niet geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren tegemoet waren gekomen.
Appellant trok daarop het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad stelde vast dat het hoger beroep zich richtte op het ongegrond verklaren van het beroep door de rechtbank en dat het UWV niet aan de bezwaren tegemoet was gekomen in de zin van artikel 8:75a Awb.
Daarom oordeelde de Raad dat er geen grond was voor een proceskostenvergoeding en wees het verzoek af. De beslissing werd genomen zonder zitting, met toestemming van partijen. De uitspraak werd gedaan door rechter T.L. de Vries op 26 juni 2008.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het UWV niet geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren tegemoet is gekomen.