ECLI:NL:CRVB:2008:BD6247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opleggen aanvullende premienota aan vennootschap onder firma als rechtsopvolger eenmanszaak
Appellante, een vennootschap onder firma die voortkwam uit een eenmanszaak, werd geconfronteerd met een aanvullende premienota sociale verzekeringen over het jaar 2001, opgelegd door het UWV. Deze nota was oorspronkelijk aan de eenmanszaak gericht, maar het UWV had deze abusievelijk gerestitueerd en later alsnog opgelegd aan de vennootschap onder firma.
De rechtbank Assen verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de vennootschap onder firma als rechtsopvolger van de eenmanszaak moest worden beschouwd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de nota ten onrechte op haar naam was gesteld en dat zij recht had op een proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de werkzaamheden van de vennootschap onder firma niet wezenlijk verschilden van die van de eenmanszaak en dat het aansluitingsnummer bij het UWV ongewijzigd was gebleven. De Raad oordeelde dat het UWV de nota terecht aan de vennootschap onder firma kon opleggen, ook al bestond deze ten tijde van oplegging niet meer, omdat de nota betrekking had op een periode waarin de vennootschap nog wel bestond.
Verder wees de Raad het verzoek om proceskostenvergoeding af, aangezien het eerdere bezwaar tegen een ander besluit onherroepelijk was afgewezen. De uitspraak bevestigt daarmee de rechtsopvolging en de aanspraak van het UWV op betaling van de premieschuld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de vennootschap onder firma als rechtsopvolger van de eenmanszaak gehouden is tot betaling van de aanvullende premienota sociale verzekeringen over 2001.